Beeldcommunicatie

therapeutisch gebruik maken van verbeelding

Beeldcommunicatie is een verzamelnaam voor díe groep technieken, die therapeutisch gebruik maakt van verbeelding, van de fantasie in het spel en van andere vormen van beeldend of creatief bezig zijn.

De beeldtaal van het kind of de jongere kan op verschillende manieren worden uitgedrukt; verbaal in fantasieën, gedichten, dromen, verhalen en non-verbaal in tekeningen, spel en gebaren; door ze vorm te geven voelt het kind zich opgelucht. Tevens is het een uitnodiging tot een gesprek om op symbolische en daardoor verhulde wijze in de eigen taal van het kind of de jongere te spreken over nare ervaringen, vragen en problemen die er mee samen hangen.

Speltherapie

Bij speltherapie wordt spel gebruikt als middel om een kind te helpen bij het verwerken van emotionele problemen. Met speelgoed kun je allerlei dingen uitdrukken die je bezighouden of dwarszitten. Dit soort spel noemen we verbeeldend spel. Een kind kan in zijn spel goed laten zien hoe het zich voelt, hoe het de wereld om zich heen beleeft en ervaart. Spelen is voor een kind een natuurlijke bezigheid. De taal van het kind is de taal van het beeld, de taal van het symbool. Wanneer we als volwassene goed naar het spel van het kind kijken, kunnen we daaruit iets leren over de belevingswereld van het kind. Verbeeldend drukt het kind in die taal zijn gevoelens (angst, verdriet, blijdschap) uit.
Als je bijvoorbeeld op die wijze uiting kan geven aan nare gevoelens, dan voel je je opgelucht; het werkt ontladend en geeft vaak weer ruimte voor andere, meer positief gekleurde gevoelens. Zo is het verbeeldende spel voor veel kinderen een natuurlijke uitlaatklep voor die ervaringen waar zij nog geen woorden voor hebben (denk aan het ‘doktertje spelen’ na een vervelende ziekenhuiservaring).
Het kind beeldt in zijn spel niet letterlijk uit hoe de wereld is, maar hoe het zelf de wereld ervaart. Wanneer een kind vadertje en moedertje speelt, herkennen we hierin soms dingen van onszelf. Het kiest die aspecten uit, die op dat moment voor hem het belangrijkste zijn en toont die in zijn spel. Zijn spel is niet dé werkelijkheid, maar het is zíjn verbeelding van de werkelijkheid; het gaat er om hoe dít kind de werkelijkheid en zijn levensgeschiedenis ervaart.

Symbooldrama

Symbooldrama is een vorm van psychotherapie, die vanaf 1950 door Hanscarl Leuner in Duitsland is ontwikkeld vanuit de psycholanalyse en is toepasbaar zowel bij kinderen als bij volwassenen (4). De meeste kinderen weten wat dagdromen is. Uitgelegd wordt dat hij een dagdroom gaat doen, maar dan onder leiding van de therapeut. Na een lichte ontspanning (middels een korte concentratie - of ademhalingsoefening) wordt het kind gevraagd zich een aangereikt motief (bijvoorbeeld ‘een wei’ of ‘een dier’) voor te stellen en vervolgens te beschrijven wat hij ‘ziet’. De therapeut kan als het ware ‘meekijken’ in het zich ontwikkelende beeld. Door de houding van de therapeut kan het kind geholpen worden zijn aandacht te richten op allerlei verschillende aspecten van het beeld (zoals het zien, voelen, horen en ruiken) en komt het beeld verder tot ontwikkeling. Er vindt een zorgvuldige therapeutische begeleiding plaats waardoor het proces wordt verdiept.
Na de dagdroom wordt het kind gevraagd te tekenen wat het ‘gezien’ heeft om op die manier het beeld vast te leggen. De therapeut en het kind bekijken en verkennen vervolgens samen het getekende.
Deze methodiek kan beschouwd worden als een soort ’spelen met woorden’. Kinderen laten zo gedachten, gevoelens en ervaringen zien die ze (nog) niet kunnen vertellen, doordat ze er zich niet van bewust zijn of doordat ze er geen woorden aan kunnen geven (dit ‘dagdromen’ is hierin te vergelijken met ‘nachtdromen’). Op deze wijze wordt de koppeling gemaakt van gevoel via het beeld naar de taal.
Soms kan het wenselijk zijn ook enkele sessies met vader of moeder en kind samen te dagdromen. Door op deze wijze samen bezig te zijn kan het therapeutisch proces in een stroomversnelling komen. Ouder en therapeut krijgen meer zicht op hetgeen er tussen ouder en kind gebeurt. Tevens kan het de ouder helpen om op een andere manier naar het kind te kijken.